Adagium van de makelaar

Het Gele Geheim van Elswout

Het Gele Geheim van Elswout

Opeens doemt hij op in het groen: een knalgeel hekwerk op een houten bruggetje, ogenschijnlijk gesloten, maar tegelijk uitnodigend. Alsof het decor is van een vergeten sprookje, of een grenswachtpost naar een andere tijd. Dit is Elswout op z’n best, stijlvol, verrassend en altijd met een vleugje theatrale grandeur.

Beëdigd met een grijns.

Beëdigd met een grijns.

In 1996 liep ik de rechtbank van Haarlem binnen voor mijn beëdiging als makelaar. Bij de draaideur kwam Oom Foppe naar buiten een bekende strafpleiter, toga over de arm, bef erbovenop. “Ben je stout geweest?” vroeg hij grijnzend. “Nee, Oom Foppe, ik kom voor m’n beëdiging.” Zijn gevatte alleszeggende antwoord: “Ah, dan kan je eindelijk de boel legaal besodemieteren!”

Achter deze grap schuilt een gechargeerd misverstand over het makelaarschap.

Kraantje Lek: waar duinzand, dorst en kinderverhalen samenkomen.

Kraantje Lek: waar duinzand, dorst en kinderverhalen samenkomen.

Kraantje Lek, gelegen aan de voet van de Blinkert, kent een geschiedenis die teruggaat tot de tijd van Napoleon. Rond 1811 bivakkeerden hier Franse troepen in het duin, met zicht op het strategisch gelegen pad naar Zandvoort, Haarlem en de Haarlemmermeer.  De plek dankt haar naam aan een lekkende kraan met vers duinwater, tegenover de beroemde ‘Holle Boom’ volgens overlevering de geboorteplaats van kindertjes tot schrik én vermaak van generaties Haarlemse kleuters.

Klein Bentveld: erfgoed met een eigen koers

Klein Bentveld: erfgoed met een eigen koers

Wie Landgoed Klein Bentveld zegt, zegt visie in baksteen. Rond 1923 liet G. van Tienhoven hier een Buitenplaats bouwen naar ontwerp van Andries de Maaker, met een parkplan van Leonard Springer. Over het terrein liep ooit een Vinkenbaan waar de families Van Lennep en Enschedé jaagden op zondag, toen nog mét hoed, zónder vergunningsplicht. Dit was wonen als buitenmens met stand, smaak en een geweer in de kast.

Een zelfvoorzienend landgoed.

Een zelfvoorzienend landgoed.

Lang voordat de term ‘off-grid’ hip werd, bestonden er in Kennemerland al buitenplaatsen die volledig in hun eigen onderhoud voorzagen. Eén daarvan was de voorloper van het huidige Klein Bentveld: een zelfvoorzienend landgoed met moestuin, boomgaard, waterput, kippenhokken en zelfs een eigen bakhuis. Alles wat nodig was voor een comfortabel bestaan, werd ter plekke verbouwd, geoogst, gemolken of gebakken.

De geest van Landgoed Elswout

De geest van Landgoed Elswout

Landgoed Elswout is een uniek verhaal, dat start in 1633 onder Carel Jansz.du Moulin en later door Gabriel Mercelis werd voltooid die het zijn naam Elswout (Els’woud’) gaf. Hij liet o.a. de Marcellisvaart graven om zand af te voeren waarmee de aanleg van de buitenplaats financieel werd ondersteund. De invloedrijke familie Borski versterkten hun maatschappelijke positie via investeringen in het landhuis en het landschapspark, dat een voorbeeld wordt van klassieke buitenplaatscultuur. De omliggende waterpartijen, de slingerpaden en zichtassen tonen de ambitie om grandeur, functionaliteit en natuurbeleving samen te brengen, een aanpak waarin Elswout zich duidelijk onderscheidt van andere buitenplaatsen.

Van middeleeuws slot tot monumentaal familiedomein.

Van middeleeuws slot tot monumentaal familiedomein.

Huis te Vogelenzang, gelegen aan de rand van de duinen bij Vogelenzang, is een historische buitenplaats met wortels die teruggaan tot de 13e eeuw. Oorspronkelijk gebouwd als jachtslot door graaf Floris V, heeft het landgoed door de eeuwen heen verschillende transformaties ondergaan. In 1807 werd het gekocht door Willem Philip Barnaart, die het landgoed uitbreidde en verfraaide. Sindsdien is het landgoed in bezit van de familie Barnaart gebleven, die het met zorg en toewijding beheert.

De echo van Woestduin.

De echo van Woestduin.

Zodra je de duinen van Vogelenzang betreedt, zou je niet vermoeden dat hier ooit de elegantie van galopperende renpaarden over het zand klonk. Renbaan Woestduin opende eind 19e eeuw als chique toevluchtsoord voor de hippische elite, compleet met paviljoen, tribunes én een stal voor circa 50 paardenboxen. In 1905 ontwierp architect D.E.L. van den Arend de symmetrische renstal, die er vandaag de dag nog steeds staat, een zeldzaam origineel monument uit die tijd. Maar het spektakel kende abrupt zijn einde doordat wedden op zondag, de dag des Heren, verboden werd. In 1910 viel het doek definitief.