Verduurzaming in optima forma: “Van ijskelder tot kraamkamer”.

Verduurzaming in optima forma: “Van ijskelder tot kraamkamer”.

In het 18e- en 19e-eeuwse Kennemerland waren ijskelders het summum van status en praktisch vernuft. Op buitenplaatsen als Kennemeroord, Duinlust en Elswout bouwden vermogende families deze ondergrondse bouwwerken om in de zomermaanden voedsel en drank koel te houden. Geen luxe zonder nut en omgekeerd. Op Kennemeroord is de originele koepelkelder nog altijd te bewonderen, met zijn karakteristieke getoogde ingang. Ook op Duinlust is de kelder bewaard gebleven, net als op Elswout, waar vleermuizen tegenwoordig dankbaar gebruik maken van het constante klimaat.

Maar hoe werkte dat eigenlijk, ijs bewaren zonder elektrische koeling? Zodra de vijvers in de winter voldoende bevroren waren, werd het ijs in grote blokken gezaagd en met haken naar de ijskelder gebracht. Daar werd het zorgvuldig gestapeld, laag voor laag, afgewisseld met stro of zaagsel als natuurlijke isolatie tegen smelten. Onderaan lag een houten vlonder, gemaakt van duurzaam eiken of lariks, zodat het smeltwater kon weglopen en het ijs niet vastvroor aan de vloer.

Wat deze ijskelders zo bijzonder maakt, is niet alleen hun bouwkundige schoonheid, maar vooral hun verhaal. Ze tonen hoe innovatie en esthetiek samenkwamen op deze buitenplaatsen. Vandaag de dag zijn het stille getuigen van een tijd waarin men het leven tot in detail vormgaf, van zichtlijnen in de tuin tot ijsblokjes in het zomerdrankje. En soms krijgen die bouwwerken zelfs een tweede leven, als kraamkamer voor vleermuizen of als verborgen parel langs een wandelroute.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Rood, strijd en een Haarlemse legende

Rood, strijd en een Haarlemse legende

De rode vlag van Haarlem met haar vier andreaskruisen wappert fier boven de stad. Rood associëren we met strijd en revolutie; volgens de Haarlemse overlevering verwijzen zwaard en kruisen zelfs naar heldendaden tijdens de kruistochten.

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Op 4 november 1965 doofde bij het Proveniershofje de laatste gaslantaarn van Haarlem. Na ruim 130 jaar koos de stad definitief voor elektrisch licht: efficiënter, betrouwbaarder en vooral moderner. Toch verdween met die laatste vlam meer dan een manier van straatverlichting. Generaties Haarlemmers hadden eronder gewandeld, elkaar ontmoet en hun weg naar huis gevonden. De vlam verdween, de herinneringen bleven.

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

Wie Haarlem bezoekt, kijkt bijna vanzelf omhoog naar de Grote of Sint-Bavokerk. Weinigen beseffen dat nauwelijks driehonderd meter verderop haar bescheiden broertje al bijna acht eeuwen stilletjes hetzelfde doet. De Bakenessertoren werd rond 1530 voltooid, maar haar geschiedenis begint al omstreeks 1250 met een houten kapel op de Bakenes, het oudste deel van Haarlem. Wat begon als een eenvoudig bedehuis groeide uit tot het kloppend hart van Oud-Haarlem. Door de eeuwen heen was de Bakenesserkerk parochiekerk, hervormde kerk én zelfs de bekende Kinderkerk, waar generaties kinderen uit de wees- en armenzorg verplicht de kerkdienst bezochten.