Verduurzaming in optima forma: “Van ijskelder tot kraamkamer”.

Verduurzaming in optima forma: “Van ijskelder tot kraamkamer”.

In het 18e- en 19e-eeuwse Kennemerland waren ijskelders het summum van status en praktisch vernuft. Op buitenplaatsen als Kennemeroord, Duinlust en Elswout bouwden vermogende families deze ondergrondse bouwwerken om in de zomermaanden voedsel en drank koel te houden. Geen luxe zonder nut en omgekeerd. Op Kennemeroord is de originele koepelkelder nog altijd te bewonderen, met zijn karakteristieke getoogde ingang. Ook op Duinlust is de kelder bewaard gebleven, net als op Elswout, waar vleermuizen tegenwoordig dankbaar gebruik maken van het constante klimaat.

Maar hoe werkte dat eigenlijk, ijs bewaren zonder elektrische koeling? Zodra de vijvers in de winter voldoende bevroren waren, werd het ijs in grote blokken gezaagd en met haken naar de ijskelder gebracht. Daar werd het zorgvuldig gestapeld, laag voor laag, afgewisseld met stro of zaagsel als natuurlijke isolatie tegen smelten. Onderaan lag een houten vlonder, gemaakt van duurzaam eiken of lariks, zodat het smeltwater kon weglopen en het ijs niet vastvroor aan de vloer.

Wat deze ijskelders zo bijzonder maakt, is niet alleen hun bouwkundige schoonheid, maar vooral hun verhaal. Ze tonen hoe innovatie en esthetiek samenkwamen op deze buitenplaatsen. Vandaag de dag zijn het stille getuigen van een tijd waarin men het leven tot in detail vormgaf, van zichtlijnen in de tuin tot ijsblokjes in het zomerdrankje. En soms krijgen die bouwwerken zelfs een tweede leven, als kraamkamer voor vleermuizen of als verborgen parel langs een wandelroute.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Bij Restaurant Sari in Heemstede gebeurt dat meestal na het eerste biertje, ergens tussen de saté kambing en de daging rendang. De gesprekken worden zachter, het licht warmer én dan ineens valt het oog omhoog. Daar boven de tafels waar al decennia lang verjaardagen worden gevierd, zaken worden beklonken en liefdes worden bezegeld, ontvouwt zich een bijzonder plafond met uit diverse houtsoorten afgebeelde afbeeldingen. Een waaier van lijnen en krullen, bijna als een bloem, die zich langzaam opent. Sommigen zien er een pauwenveer in, anderen een Javaanse bloem óf zelfs een Garuda. Wie langer kijkt ontdekt, dat het plafond bijna lijkt te bewegen.

Waar Haarlem leerde besturen

Waar Haarlem leerde besturen

Sommige gebouwen vertellen niet alleen geschiedenis, ze ademen deze ook uit iedere steen. Het Prinsenhof in Haarlem is zo’n plek. Achter de statige entree, verscholen tussen de oude gevels van de binnenstad, werd eeuwenlang niet geresideerd om te imponeren, maar om te besturen. Regenten, bestuurders en notabelen liepen hier dagelijks over dezelfde natuurstenen vloeren onder hoge vensters, die het licht precies genoeg binnenlieten om waardigheid te suggereren.

Een verbogen geschiedenis van meerdere generaties.

Een verbogen geschiedenis van meerdere generaties.

Koekoeksduin bestaat al langer dan de meeste mensen vermoeden. De eerste vermelding dateert uit 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Door de eeuwen heen groeide het gebied uit tot onderdeel van het grotere Leyduin. In 1920 werd het omvangrijke terrein gesplitst in drie afzonderlijke landgoederen: Leyduin, Vinkenduin en Koekoeksduin. Dat laatste ontwikkelde zich tot een NSW-landgoed van ruim acht hectare met een monumentale duinboerderij verscholen tussen bos en open duin, ooit in handen van een van de grondleggers van de internationale olie-industrie.