Ezeltjes, Landauers, Calèches en Vicotria’s…
Aan de Zomerzorgerlaan in Bloemendaal staat een gebouw, dat meer vertelt dan zijn rustige gevel doet vermoeden. In 1901 verrees hier de nieuwe stalhouderij van de gebroeders Böttger, ontworpen door W.P. Nederkoorn. Een bescheiden pand, maar gebouwd op een fundament van familietradities die teruggaan tot Johannes Godfried Böttger, die al in 1817 vanuit Zierikzee naar Bloemendaal trok. Generaties lang verzorgden de Böttgers vervoer voor het dorp en de buitenplaatsen: paarden, ezels, karren en later de eerste koetsdiensten. De stalhouderij werd een vertrouwd ankerpunt in het dorpsritme, waar bedrijvigheid en dienstbaarheid hand in hand gingen.
Toen het verkeer veranderde, veranderden de Böttgers mee. Waar eerst ezeltjes door de lanen draafden, namen later Landauers, Calèches en Victoria’s hun plaats in. De nieuwbouw van 1901 gaf ruimte aan moderne voertuigen en aan een groeiend klantenbestand dat zich bewoog tussen dorp, duin en buitenverblijf. Met de komst van de auto en de veranderende mobiliteit liep het tijdperk van de traditionele stalhouderij langzaam ten einde. In 1926 werd het gebouw omgevormd tot garage, en in 1936 kwam zelfs de brandweer er tijdelijk onder dak. Zo verschuift het gebruik, maar blijft de plek zelf een tastbare getuige van Bloemendaals verleden.
En daar zit precies de charme: sommige gebouwen ademen geen nostalgie, maar continuïteit. Ze passen zich aan, zonder hun ziel te verliezen. De Böttgers wisten het al wie meebeweegt, blijft relevant. Zoals in makelaarskringen bekend zijn goede bouwwerken waardevast en maakt het verhaal dat eraan kleeft… elke rit onvergetelijk.
Gerelateerde Nieuwsberichten
Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin
10-4-2026 —
Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.
Je moet ergens beginnen
30-3-2026 —
Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.
Dit is pas vak werk
16-3-2026 —
Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.


