Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.

In de achttiende eeuw gaf de familie Van Loon het landgoed een barokke structuur met de aanleg van een zogeheten patte d’oie: drie lanen die als een ganzenvoet uiteen waaieren in het landschap. Tegelijk werd een kunstmatige heuvel opgeworpen met een klein neogotisch bouwsel, vermoedelijk een hermitage dat nog altijd boven de Leybeek uitkijkt. Een plek om even stil te staan en over het landgoed te kijken, zoals dat toen al de bedoeling moet zijn geweest.

Toen de familie Van Lennep Leyduin in 1808 verwierf, kreeg het landgoed opnieuw betekenis. Jacob van Lennep was degene die het idee opperde om zoet duinwater naar Amsterdam te transporteren. Dat leidde uiteindelijk tot het pompstation bij Vogelenzang en tot de eerste structurele drinkwatervoorziening van de hoofdstad. De Leybeek, ooit aangelegd om schoon duinwater naar de Oranjekom te voeren, werd zo onderdeel van een veel groter verhaal.

In 1920 werd het terrein gesplitst in drie landgoederen: Leyduin, Vinkenduin en Koekoeksduin. De nieuwe eigenaar, Piet Dorhout Mees, liet het huidige huis ontwerpen door architect A. de Maaker, strategisch geplaatst op een natuurlijke hoogte in het zuidelijke deel van het park. Sindsdien wordt het landgoed beheerd door Landschap Noord-Holland en is het toegankelijk voor wandelaars en fietsers.

Voor de makelaar zit de charme van Leyduin precies in die gelaagdheid. Vier eigenaren, vier huizen, telkens op een andere plek op het terrein, maar altijd voortbordurend op wat er al was. Het laat zien dat goede plekken niet in één keer ontstaan. Ze groeien, veranderen en verzamelen geschiedenis. En soms ontdek je pas hoe bijzonder zo’n plek is wanneer je er even de tijd voor neemt, precies zoals het ooit bedoeld was: om de stad te ontvluchten.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Het levende erfgoed langs de grachten

Het levende erfgoed langs de grachten

Wie aan de Amsterdamse grachten denkt, ziet statige gevels, bruggen en spiegelend water. Maar kijk eens omhoog. Dan ontdekt u misschien wel het oudste erfgoed van de stad. Al ruim vierhonderd jaar worden langs de grachten bomen geplant. Amsterdam was daarmee één van de eerste Europese steden die bomen bewust onderdeel maakte van haar stedenbouw. Ze geven schaduw, zuiveren de lucht, bieden ruimte aan vogels en insecten én bepalen al eeuwenlang het karakter van de grachtengordel. Zonder bomen zou Amsterdam nog steeds mooi zijn, maar nooit dezelfde stad.

Op cursus..... Kasteel Sterkenburg te koop. Al wist de eigenaar van niets

Op cursus..... Kasteel Sterkenburg te koop. Al wist de eigenaar van niets

Kasteel Sterkenburg bij Driebergen-Rijsenburg kent een geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. De imposante ronde toren – een donjon – is daarvan nog altijd de meest zichtbare getuige. Eeuwenlang werd er gebouwd, verbouwd en gewoond. Veel later zat ik in het naastgelegen Koetshuys op een makelaarscursus. De opdracht: bedenk het meest extravagante verkoopplan. Tegen mijn buurman Edwin, een collega uit Amstelveen, zei ik: “Laten we doen alsof wij dit kasteel in de verkoop hebben?” Brochure gemaakt, verkooppraatje erbij, de docent was enthousiast. Wij natuurlijk nog enthousiaster.

Montmartre – Parijs zit soms gewoon onder je voeten

Montmartre – Parijs zit soms gewoon onder je voeten

Wie Montmartre zegt, denkt aan Place du Tertre, schilders, terrasjes en natuurlijk de Sacré-Cœur. Maar onder al die Parijse romantiek schuilt een minder bekend verhaal. Eeuwenlang werd in de heuvel van Montmartre op grote schaal gips gewonnen. Het gesteente werd uitgehakt, gebrand en fijngemalen tot het witte bouwmateriaal dat zo beroemd werd dat de Engelsen het uiteindelijk simpelweg Plaster of Paris noemden. Parijs als merknaam voor… een zak gips. Je moet er maar op komen.