Je moet ergens beginnen

Je moet ergens beginnen
Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.

Het onderwijs had er een eigen charme. Kwekelingen van de kweekschool om de hoek, kwamen hier hun eerste lessen geven. Jong, enthousiast en soms verrassend praktisch. Zo stond er in de vijfde klas ineens een bromfiets midden in het lokaal om de werking van de benzinemotor uit te leggen. Moderne techniek, ronkend tussen de schoolbanken voor die tijd revolutionair onderwijs.

En natuurlijk was er de schoolmelk. Lauw, in glazen flesjes, waarvan niemand precies wist of het nu een traktatie of een pedagogisch experiment was. Achteraf bezien hoorde het allemaal bij hetzelfde decor: een degelijk schoolgebouw dat generaties heeft gevormd.

Goede gebouwen worden niet alleen gebouwd voor hun eerste functie, maar voor de herinneringen die ze later verzamelen. Soms begint het gewoon in een school met hardstenen treden, een bromfiets in de klas en lauwe schoolmelk in de hand.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Waar Haarlem leerde besturen

Waar Haarlem leerde besturen

Sommige gebouwen vertellen niet alleen geschiedenis, ze ademen deze ook uit iedere steen. Het Prinsenhof in Haarlem is zo’n plek. Achter de statige entree, verscholen tussen de oude gevels van de binnenstad, werd eeuwenlang niet geresideerd om te imponeren, maar om te besturen. Regenten, bestuurders en notabelen liepen hier dagelijks over dezelfde natuurstenen vloeren onder hoge vensters, die het licht precies genoeg binnenlieten om waardigheid te suggereren.

Een verbogen geschiedenis van meerdere generaties.

Een verbogen geschiedenis van meerdere generaties.

Koekoeksduin bestaat al langer dan de meeste mensen vermoeden. De eerste vermelding dateert uit 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Door de eeuwen heen groeide het gebied uit tot onderdeel van het grotere Leyduin. In 1920 werd het omvangrijke terrein gesplitst in drie afzonderlijke landgoederen: Leyduin, Vinkenduin en Koekoeksduin. Dat laatste ontwikkelde zich tot een NSW-landgoed van ruim acht hectare met een monumentale duinboerderij verscholen tussen bos en open duin, ooit in handen van een van de grondleggers van de internationale olie-industrie.
Mariënheuvel – een huis dat van rol durft te veranderen

Mariënheuvel – een huis dat van rol durft te veranderen

Sommige huizen lijken van begin af aan te weten dat hun leven niet bij één functie zal blijven. Mariënheuvel is zo’n huis. Ooit gebouwd tussen 1907 en 1909 als het nieuwe hoofdgebouw van de buitenplaats Meer en Berg in opdracht van jonkheer H.J. Deutz van Lennep. Architect Foeke Kuipers tekende een landhuis, dat bewust teruggrijpt op de vormentaal van de Franse kastelen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Statig, symmetrisch en geplaatst op een lichte verhevenheid in het park, alsof het huis het landschap eerst wilde overzien, voordat het zich erin voegde.