Mariënheuvel – een huis dat van rol durft te veranderen

Mariënheuvel – een huis dat van rol durft te veranderen

Sommige huizen lijken van begin af aan te weten dat hun leven niet bij één functie zal blijven. Mariënheuvel is zo’n huis. Ooit gebouwd tussen 1907 en 1909 als het nieuwe hoofdgebouw van de buitenplaats Meer en Berg in opdracht van jonkheer H.J. Deutz van Lennep. Architect Foeke Kuipers tekende een landhuis, dat bewust teruggrijpt op de vormentaal van de Franse kastelen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Statig, symmetrisch en geplaatst op een lichte verhevenheid in het park, alsof het huis het landschap eerst wilde overzien, voordat het zich erin voegde.

De omliggende parkaanleg werd ontworpen door Leonard Anthony Springer, die het terrein in Engelse landschapsstijl vormgaf met slingerpaden en zichtlijnen tussen bos en open ruimte. Daarmee kreeg Mariënheuvel precies die combinatie, die veel buitenplaatsen zo overtuigend maakt: architectuur die de orde bewaakt en een landschap dat de vrijheid suggereert.

Na de oorlog kreeg het huis een nieuwe rol. In 1946 kochten de Zusters Augustinessen het landgoed en veranderden het landhuis in een klooster. De naam Meer en Berg werd ingeruild voor Mariënheuvel en het gebouw kreeg twee zijvleugels om de nieuwe gemeenschap te huisvesten. Zo groeide het landhuis uit tot een plek van stilte en beschouwing, zonder zijn oorspronkelijke karakter te verliezen.

Tegenwoordig heeft het huis opnieuw een andere bestemming: een landhuis waar mensen bijeenkomen voor gesprekken, bijeenkomsten en ideeën. Voor de makelaar zit daar een stille les in. Goede gebouwen veranderen van functie zonder hun waardigheid te verliezen. De stenen blijven hetzelfde, alleen het verhaal verschuift.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Rood, strijd en een Haarlemse legende

Rood, strijd en een Haarlemse legende

De rode vlag van Haarlem met haar vier andreaskruisen wappert fier boven de stad. Rood associëren we met strijd en revolutie; volgens de Haarlemse overlevering verwijzen zwaard en kruisen zelfs naar heldendaden tijdens de kruistochten.

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Op 4 november 1965 doofde bij het Proveniershofje de laatste gaslantaarn van Haarlem. Na ruim 130 jaar koos de stad definitief voor elektrisch licht: efficiënter, betrouwbaarder en vooral moderner. Toch verdween met die laatste vlam meer dan een manier van straatverlichting. Generaties Haarlemmers hadden eronder gewandeld, elkaar ontmoet en hun weg naar huis gevonden. De vlam verdween, de herinneringen bleven.

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

Wie Haarlem bezoekt, kijkt bijna vanzelf omhoog naar de Grote of Sint-Bavokerk. Weinigen beseffen dat nauwelijks driehonderd meter verderop haar bescheiden broertje al bijna acht eeuwen stilletjes hetzelfde doet. De Bakenessertoren werd rond 1530 voltooid, maar haar geschiedenis begint al omstreeks 1250 met een houten kapel op de Bakenes, het oudste deel van Haarlem. Wat begon als een eenvoudig bedehuis groeide uit tot het kloppend hart van Oud-Haarlem. Door de eeuwen heen was de Bakenesserkerk parochiekerk, hervormde kerk én zelfs de bekende Kinderkerk, waar generaties kinderen uit de wees- en armenzorg verplicht de kerkdienst bezochten.