Mariënheuvel – een huis dat van rol durft te veranderen
Sommige huizen lijken van begin af aan te weten dat hun leven niet bij één functie zal blijven. Mariënheuvel is zo’n huis. Ooit gebouwd tussen 1907 en 1909 als het nieuwe hoofdgebouw van de buitenplaats Meer en Berg in opdracht van jonkheer H.J. Deutz van Lennep. Architect Foeke Kuipers tekende een landhuis, dat bewust teruggrijpt op de vormentaal van de Franse kastelen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Statig, symmetrisch en geplaatst op een lichte verhevenheid in het park, alsof het huis het landschap eerst wilde overzien, voordat het zich erin voegde.
De omliggende parkaanleg werd ontworpen door Leonard Anthony Springer, die het terrein in Engelse landschapsstijl vormgaf met slingerpaden en zichtlijnen tussen bos en open ruimte. Daarmee kreeg Mariënheuvel precies die combinatie, die veel buitenplaatsen zo overtuigend maakt: architectuur die de orde bewaakt en een landschap dat de vrijheid suggereert.
Na de oorlog kreeg het huis een nieuwe rol. In 1946 kochten de Zusters Augustinessen het landgoed en veranderden het landhuis in een klooster. De naam Meer en Berg werd ingeruild voor Mariënheuvel en het gebouw kreeg twee zijvleugels om de nieuwe gemeenschap te huisvesten. Zo groeide het landhuis uit tot een plek van stilte en beschouwing, zonder zijn oorspronkelijke karakter te verliezen.
Tegenwoordig heeft het huis opnieuw een andere bestemming: een landhuis waar mensen bijeenkomen voor gesprekken, bijeenkomsten en ideeën. Voor de makelaar zit daar een stille les in. Goede gebouwen veranderen van functie zonder hun waardigheid te verliezen. De stenen blijven hetzelfde, alleen het verhaal verschuift.
Gerelateerde Nieuwsberichten
Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin
10-4-2026 —
Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.
Je moet ergens beginnen
30-3-2026 —
Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.
Dit is pas vak werk
16-3-2026 —
Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.


