Van middeleeuws slot tot monumentaal familiedomein.

Van middeleeuws slot tot monumentaal familiedomein.

Huis te Vogelenzang, gelegen aan de rand van de duinen bij Vogelenzang, is een historische buitenplaats met wortels die teruggaan tot de 13e eeuw. Oorspronkelijk gebouwd als jachtslot door graaf Floris V, heeft het landgoed door de eeuwen heen verschillende transformaties ondergaan. In 1807 werd het gekocht door Willem Philip Barnaart, die het landgoed uitbreidde en verfraaide. Sindsdien is het landgoed in bezit van de familie Barnaart gebleven, die het met zorg en toewijding beheert.

Het huidige huis, dat dateert uit de 17e en 18e eeuw, is omgeven door een prachtig parkbos, aangelegd in de vroege landschapstijl. Dit bos, samen met de voormalige hofstede Teylingerbosch en omliggende weilanden en boerderijen, vormt een integraal onderdeel van het landgoed. De familie Barnaart heeft het landgoed niet alleen behouden, maar ook actief betrokken bij de gemeenschap, zoals blijkt uit de Wereldjamboree van 1937 die op het terrein plaatsvond.

Vandaag de dag blijft Huis te Vogelenzang een levend monument van Nederlandse geschiedenis en erfgoed. Het landgoed is opengesteld voor wandelaars, waardoor bezoekers kunnen genieten van de serene omgeving en het rijke verleden kunnen ervaren. De voortdurende inzet van de familie Barnaart om het landgoed te behouden en te delen met het publiek getuigt van hun diepe verbondenheid met deze bijzondere plek.

Credits: Robert Mellema

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.

Je moet ergens beginnen

Je moet ergens beginnen

Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.

Dit is pas vak werk

Dit is pas vak werk

Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.