Landgoed Duin en Kruidberg: koninklijke ontvangst met uitzicht op de Theems

Landgoed Duin en Kruidberg: koninklijke ontvangst met uitzicht op de Theems

In Santpoort verrijst landgoed Duin en Kruidberg, ooit het privéverblijf van Jacob Theodoor Cremer, koloniaal ondernemer en voormalig minister. Rond 1907 liet hij op deze plek een imposant buitenhuis bouwen in Hollandse renaissancestijl, gecombineerd met Engelse invloeden. Het huis verving een 17e-eeuws buiten en moest niet alleen grandeur uitstralen, maar ook dienstdoen als representatief verblijf voor vooraanstaande gasten, waaronder zelfs Koningin Wilhelmina. Speciaal voor haar liet Cremer het nabijgelegen station Santpoort-Zuid bouwen, in dezelfde rijke stijl als het landhuis.

Een bijzonder detail is de grote vijverpartij achter het huis. Deze werd niet willekeurig aangelegd, maar geïnspireerd op de rivier de Theems. Cremers Engelse echtgenote verlangde naar het uitzicht van haar jeugd en dus werd het duinlandschap subtiel aangepast aan haar sentiment. De kronkelende waterpartij weerspiegelt niet alleen de stijl van een Engelse landschapstuin, maar ook de persoonlijke liefde die in het ontwerp is meegebakken, een knipoog naar thuis, midden in Kennemerland.

Na Cremers tijd kende Duin en Kruidberg vele levens. Van particulier landgoed werd het rijkskantoor, en later een conferentieoord en hotel. Maar wat blijft, is de samenhang tussen hoofdgebouw, tuin én aanhorigheden. In de makelaardij draait het immers niet alleen om de opstallen, maar ook om zichtlijnen en verhalen. Wie zoekt naar betekenisvol vastgoed, kijkt verder dan de voordeur.

Het landgoed kent veel verhalen, wie weet er nog een?

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.

Je moet ergens beginnen

Je moet ergens beginnen

Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.

Dit is pas vak werk

Dit is pas vak werk

Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.