Kraantje Lek: waar duinzand, dorst en kinderverhalen samenkomen.
Kraantje Lek, gelegen aan de voet van de Blinkert, kent een geschiedenis die teruggaat tot de tijd van Napoleon. Rond 1811 bivakkeerden hier Franse troepen in het duin, met zicht op het strategisch gelegen pad naar Zandvoort, Haarlem en de Haarlemmermeer. De plek dankt haar naam aan een lekkende kraan met vers duinwater, tegenover de beroemde ‘Holle Boom’ volgens overlevering de geboorteplaats van kindertjes tot schrik én vermaak van generaties Haarlemse kleuters.
Langs dit pad liepen Zandvoortse vissersvrouwen van de Grote Markt terug naar huis, de emmers leeg, de benen moe. Bij de boom werd halt gehouden, niet alleen voor een slok fris duinwater, maar naar verluidt ook voo een troostende borrel. In het nabijgelegen café, dat al sinds de 18e eeuw bestaat, vloeide meer dan alleen bronwater. Kraantje Lek was en is een plek van verhalen, pauzes en de kunst van even stilstaan in beweging.
Vandaag de dag kun je er nog altijd gratis duinwater tappen bij het originele kraantje. De Holle Boom is inmiddels door beeldend kunstenaar Kees Verkade in brons vereeuwigd en nog steeds een spannend speelelement. Er is een speeltuin, een sfeervol restaurant met Jachtkamer en het Tuighuis voor bijeenkomsten. Kraantje Lek is niet alleen een pauzeplek aan de duinrand, maar ook een tastbare herinnering aan hoe historie, landschap en volksverhalen in Kennemerland naadloos in elkaar overvloeien.
Gerelateerde Nieuwsberichten
Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin
10-4-2026 —
Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.
Je moet ergens beginnen
30-3-2026 —
Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.
Dit is pas vak werk
16-3-2026 —
Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.


