Koninklijke allure in Midden Duin..

Koninklijke allure in Midden Duin..

Sommige huizen zijn geen woningen, maar hoofdstukken uit een geschiedenisboek. Landgoed Duinlust in Overveen is zo'n verhaal in baksteen en bladgoud. Gebouwd in opdracht van de familie Borski, ontworpen door architect Muysken en ingericht tot in het kleinste detail. Van de lift aangedreven door een duinpomp tot een trap uit een Parijs stadspaleis, alles ademt grandeur.

Maar het verhaal van Duinlust is er ook één van doorleven. Tijdens de oorlog deed het huis dienst als onderkomen voor cavalerie én bezetting. Daarna werd het een opleidingsinstituut, trouwlocatie en sportcomplex. Telkens weer paste het zich aan, zonder zijn ziel te verliezen. De keizertrap, de parkzichtige terrassen, de glas-in-loodramen: ze zijn gebleven.

Wie hier komt wonen, koopt geen vierkante meters, maar een beleving. Een landhuis dat niet opvalt door opsmuk, maar door stijl en samenhang. Waar architectuur, landschap en levenshouding samenvallen. En dát is het moment waarop makelaardij iets anders wordt: het vinden van de juiste bewoner voor een plek die je niet bezit, maar bewaart.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.

Je moet ergens beginnen

Je moet ergens beginnen

Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.

Dit is pas vak werk

Dit is pas vak werk

Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.