Klein Bentveld: erfgoed met een eigen koers

Klein Bentveld: erfgoed met een eigen koers

Wie Landgoed Klein Bentveld zegt, zegt visie in baksteen. Rond 1923 liet G. van Tienhoven hier een Buitenplaats bouwen naar ontwerp van Andries de Maaker, met een parkplan van Leonard Springer. Over het terrein liep ooit een Vinkenbaan waar de families Van Lennep en Enschedé jaagden op zondag, toen nog mét hoed, zónder vergunningsplicht. Dit was wonen als buitenmens met stand, smaak en een geweer in de kast.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd de tuinmanswoning aan de Bentveldsweg met tussenliggend perceel verkocht. Exit Westflank. Maar zie: met de juiste wethouder werd de Noordzijde verrijkt met een ingetogen Koetshuis met aan de Zuidzijde een zwembad met Olymische afmetingen en een Poolhouse dat subtiel knipoogt naar het Hoofdhuis. Alles in verhouding, niets over the top, precies zoals het een landgoed betaamt dat zichzelf opnieuw uitvindt.

’t Jagthuys, op de hoek met de Mr. H. Enschedéweg, werd begin deze eeuw toegevoegd. Het resultaat? Een ensemble dat niet leunt op nostalgie maar groeit vanuit karakter. De kracht van Klein Bentveld zit niet alleen in hectare of historie, maar in het vermogen om stijlvol te evolueren. Hier woont geen bewoner, hier woont een rentmeester in een landschap met geheugen én toekomst.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.

Je moet ergens beginnen

Je moet ergens beginnen

Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.

Dit is pas vak werk

Dit is pas vak werk

Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.