Een zelfvoorzienend landgoed.

Een zelfvoorzienend landgoed.

Lang voordat de term ‘off-grid’ hip werd, bestonden er in Kennemerland al buitenplaatsen die volledig in hun eigen onderhoud voorzagen. Eén daarvan was de voorloper van het huidige Klein Bentveld: een zelfvoorzienend landgoed met moestuin, boomgaard, waterput, kippenhokken en zelfs een eigen bakhuis. Alles wat nodig was voor een comfortabel bestaan, werd ter plekke verbouwd, geoogst, gemolken of gebakken.

Zelfvoorzienend betekende: geen afhankelijkheid van dorpen of steden. Vers brood kwam niet van de bakker, maar uit de eigen oven. Melk kwam niet in flessen, maar rechtstreeks van de koe in de aanhorige stal. Zelfs brandhout werd uit het eigen bos gehaald, regenwater opgevangen, groente gekweekt in eigen tuinderij en geweckt voor de winter. Luxe ging hand in hand met praktische duurzaamheid, lang voordat dat een modewoord was.

Van de oorspronkelijke opzet van het landgoed is slechts weinig tastbaar overgebleven, maar het oorspronkelijke streven naar harmonie tussen mens, huis en landschap is nooit verdwenen. Voor wie zich afvraagt waar een mens echt blij van wordt, dan is dat niet alleen comfort maar ook de vrijheid om je eigen leven vorm te geven.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Bij Restaurant Sari in Heemstede gebeurt dat meestal na het eerste biertje, ergens tussen de saté kambing en de daging rendang. De gesprekken worden zachter, het licht warmer én dan ineens valt het oog omhoog. Daar boven de tafels waar al decennia lang verjaardagen worden gevierd, zaken worden beklonken en liefdes worden bezegeld, ontvouwt zich een bijzonder plafond met uit diverse houtsoorten afgebeelde afbeeldingen. Een waaier van lijnen en krullen, bijna als een bloem, die zich langzaam opent. Sommigen zien er een pauwenveer in, anderen een Javaanse bloem óf zelfs een Garuda. Wie langer kijkt ontdekt, dat het plafond bijna lijkt te bewegen.

Waar Haarlem leerde besturen

Waar Haarlem leerde besturen

Sommige gebouwen vertellen niet alleen geschiedenis, ze ademen deze ook uit iedere steen. Het Prinsenhof in Haarlem is zo’n plek. Achter de statige entree, verscholen tussen de oude gevels van de binnenstad, werd eeuwenlang niet geresideerd om te imponeren, maar om te besturen. Regenten, bestuurders en notabelen liepen hier dagelijks over dezelfde natuurstenen vloeren onder hoge vensters, die het licht precies genoeg binnenlieten om waardigheid te suggereren.

Een verbogen geschiedenis van meerdere generaties.

Een verbogen geschiedenis van meerdere generaties.

Koekoeksduin bestaat al langer dan de meeste mensen vermoeden. De eerste vermelding dateert uit 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Door de eeuwen heen groeide het gebied uit tot onderdeel van het grotere Leyduin. In 1920 werd het omvangrijke terrein gesplitst in drie afzonderlijke landgoederen: Leyduin, Vinkenduin en Koekoeksduin. Dat laatste ontwikkelde zich tot een NSW-landgoed van ruim acht hectare met een monumentale duinboerderij verscholen tussen bos en open duin, ooit in handen van een van de grondleggers van de internationale olie-industrie.