Een tik van de molen.....
Aan het Spaarne staat De Adriaan. Een molen die je niet behoeft uit te leggen aan Haarlemmers, maar waarvan je de geschiedenis wél steeds beter leert begrijpen. Ooit gebouwd als werkmolen, bedoeld om te draaien, te malen en te verdienen. Geen romantiek, maar noodzaak. De wieken stonden hier niet voor het zicht, maar voor brood op de plank en handel in de stad.
De Adriaan kende verschillende levens. Als korenmolen, als industriële kracht, later zelfs als opslag en herkenbaar silhouet zonder functie. Tot de brand in 1932 een punt zette achter dat hoofdstuk. Wat restte was leegte aan het Spaarne, een gemis dat pas echt voelbaar werd toen hij er niet meer stond. En zoals dat vaak gaat, ontdek je de waarde van een gebouw pas als het verdwenen is.
In 2002 keerde De Adriaan terug, niet als werkpaard van de economie maar als drager van betekenis. Vandaag is het museum een ontmoetingsplek en een baken aan het water, waar je kennis kunt maken met de eeuwenoude techniek om wind om te zetten in productieve energie. Gebouwen veranderen, functies verschuiven, maar plekken met een verhaal én regulier meerjarig onderhoud blijven essentieel.
Gerelateerde Nieuwsberichten
Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin
10-4-2026 —
Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.
Je moet ergens beginnen
30-3-2026 —
Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.
Dit is pas vak werk
16-3-2026 —
Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.


