De geest van Landgoed Elswout

De geest van Landgoed Elswout

Landgoed Elswout is een uniek verhaal, dat start in 1633 onder Carel Jansz.du Moulin en later door Gabriel Mercelis werd voltooid die het zijn naam Elswout (Els’woud’) gaf. Hij liet o.a. de Marcellisvaart graven om zand af te voeren waarmee de aanleg van de buitenplaats financieel werd ondersteund. De invloedrijke familie Borski versterkten hun maatschappelijke positie via investeringen in het landhuis en het landschapspark, dat een voorbeeld wordt van klassieke buitenplaatscultuur. De omliggende waterpartijen, de slingerpaden en zichtassen tonen de ambitie om grandeur, functionaliteit en natuurbeleving samen te brengen, een aanpak waarin Elswout zich duidelijk onderscheidt van andere buitenplaatsen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het landhuis gevorderd door de Duitse bezetter en voorzien van een nooddak. Na de bevrijding doet het enige tijd dienst als middelbare meisjes school het Jac. P. Thijsse Lyceum. Wat ooit een symbool van rijkdom en esthetiek was, raakt in de zeventiger jaren in verval en staat jarenlang leeg. Edoch de geest van Elswout, vorstelijk wonen, groen denken en groots dromen, blijkt hardnekkiger dan de tijd.

In de 21e eeuw, 143 jaar na de eerste steenlegging, wordt Elswout door de huidige eigenaar-restaurateur Luigi Prins met visie en durf op fenomenale wijze afgebouwd, met gebruikmaking van de opgespoorde originele bouwtekeningen. Het resultaat is een Italiaans aandoend Palazzo met het marmeren atrium als schitterend kroonstuk. Vandaag de dag doet het gebouw dienst als hoofdkantoor van Cobraspen. Zo bewijst Elswout dat erfgoed pas echt tot leven komt wanneer verleden, visie en eigentijds gebruik samenkomen, precies wat een makelaar herkent in een huis met een ziel.

Credits: Floor Zijdenbos-Jansen

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Op 4 november 1965 doofde bij het Proveniershofje de laatste gaslantaarn van Haarlem. Na ruim 130 jaar koos de stad definitief voor elektrisch licht: efficiënter, betrouwbaarder en vooral moderner. Toch verdween met die laatste vlam meer dan een manier van straatverlichting. Generaties Haarlemmers hadden eronder gewandeld, elkaar ontmoet en hun weg naar huis gevonden. De vlam verdween, de herinneringen bleven.

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

Wie Haarlem bezoekt, kijkt bijna vanzelf omhoog naar de Grote of Sint-Bavokerk. Weinigen beseffen dat nauwelijks driehonderd meter verderop haar bescheiden broertje al bijna acht eeuwen stilletjes hetzelfde doet. De Bakenessertoren werd rond 1530 voltooid, maar haar geschiedenis begint al omstreeks 1250 met een houten kapel op de Bakenes, het oudste deel van Haarlem. Wat begon als een eenvoudig bedehuis groeide uit tot het kloppend hart van Oud-Haarlem. Door de eeuwen heen was de Bakenesserkerk parochiekerk, hervormde kerk én zelfs de bekende Kinderkerk, waar generaties kinderen uit de wees- en armenzorg verplicht de kerkdienst bezochten.

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Bij Restaurant Sari in Heemstede gebeurt dat meestal na het eerste biertje, ergens tussen de saté kambing en de daging rendang. De gesprekken worden zachter, het licht warmer én dan ineens valt het oog omhoog. Daar boven de tafels waar al decennia lang verjaardagen worden gevierd, zaken worden beklonken en liefdes worden bezegeld, ontvouwt zich een bijzonder plafond met uit diverse houtsoorten afgebeelde afbeeldingen. Een waaier van lijnen en krullen, bijna als een bloem, die zich langzaam opent. Sommigen zien er een pauwenveer in, anderen een Javaanse bloem óf zelfs een Garuda. Wie langer kijkt ontdekt, dat het plafond bijna lijkt te bewegen.