Beëdigd met een grijns.
In 1996 liep ik de rechtbank van Haarlem binnen voor mijn beëdiging als makelaar. Bij de draaideur kwam Oom Foppe naar buiten een bekende strafpleiter, toga over de arm, bef erbovenop. “Ben je stout geweest?” vroeg hij grijnzend. “Nee, Oom Foppe, ik kom voor m’n beëdiging.” Zijn gevatte alleszeggende antwoord: “Ah, dan kan je eindelijk de boel legaal besodemieteren!”
Achter deze grap schuilt een gechargeerd misverstand over het makelaarschap.
Als makelaar vertegenwoordig je niet alleen belangen, je vertaalt wensen, overziet risico’s, bewaakt de balans, houdt rust in de tent en bent hoeder van de zaak. Makelaarschap draait om vertrouwen en dit laatste komt te voet en gaat te paard. Die eed, nu belofte, is méér dan een formaliteit, het is een gedachtegoed die je elke dag opnieuw waar dient te maken.
En laten we eerlijk zijn: huizen verkopen kan iedereen, maar de juiste match maken zit ’m in het verhaal, de context én de connectie. Een beetje verleiden is toegestaan, maar dan wél met recht en reden. Daarvoor diende destijds dan ook de beëdiging, tegenwoordig de belofte om het beroep naar eer-en geweten uit te zullen voeren.
Gerelateerde Nieuwsberichten
Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin
10-4-2026 —
Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.
Je moet ergens beginnen
30-3-2026 —
Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.
Dit is pas vak werk
16-3-2026 —
Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.


