Het Kinheimpark: een dorp in een dorp.
11-9-2025 —
Wie de Iepenlaan van Bloemendaal inrijdt, passeert de poort van het Kinheimpark. De gemetselde zuilen uit 1924 staan er nog altijd als stijlvol entree, een subtiele hint dat deze wijk een eeuw geleden iets bijzonders durfde te doen.
Want in een dorp dat bekendstond als exclusief villadorp, waar alleen de gegoede klasse zich een plek kon veroorloven, was het Kinheimpark een kleine revolutie. Hier kwamen huizen in Amsterdamse School-stijl mét rode bakstenen, erkers en een kap gedekt met pannen of riet, bereikbaar voor leraren, ambtenaren en middenstanders. In 1924 was de koop voor 6.000 gulden nét haalbaar. Al grapt een huidige bewoner: “Van mijn leraarsalaris zou ik me de koopsom van vandaag niet meer kunnen veroorloven”.
Het bijzondere van het Kinheimpark is dat de buurt in honderd jaar nauwelijks veranderd is. Niet alleen qua bebouwing, maar ook niet qua karakter. Nog steeds wonen er artsen naast ondernemers en creatievelingen naast leraren. Een dorp in een dorp, zoals architect Jacob van Aken en dichter A. Roland Holst al ontdekten toen zij er hun inspiratie vonden.
Zelfs de details dragen een glimlach: huisnummers 13 werden overgeslagen uit bijgeloof en de buurtvereniging met speeltuin is er nog steeds. Precies dát is wat deze buurt onderscheidt geen stenen alleen, maar samenhang en verhalen die blijven hangen.
Voor een makelaar is het bijna valsspelen: huizen met karakter, een buurtgevoel dat geen uitleg behoeft én een eeuw lang bewezen woongenot. In het Kinheimpark lever je niet zozeer een huis, maar een rol in een levend verhaal én dat verkoopt.
Gerelateerde Nieuwsberichten
Rood, strijd en een Haarlemse legende
3-9-2026 —
De rode vlag van Haarlem met haar vier andreaskruisen wappert fier boven de stad. Rood associëren we met strijd en revolutie; volgens de Haarlemse overlevering verwijzen zwaard en kruisen zelfs naar heldendaden tijdens de kruistochten.
Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde
21-8-2026 —
Op 4 november 1965 doofde bij het Proveniershofje de laatste gaslantaarn van Haarlem. Na ruim 130 jaar koos de stad definitief voor elektrisch licht: efficiënter, betrouwbaarder en vooral moderner. Toch verdween met die laatste vlam meer dan een manier van straatverlichting. Generaties Haarlemmers hadden eronder gewandeld, elkaar ontmoet en hun weg naar huis gevonden. De vlam verdween, de herinneringen bleven.
De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal
4-8-2026 —
Wie Haarlem bezoekt, kijkt bijna vanzelf omhoog naar de Grote of Sint-Bavokerk. Weinigen beseffen dat nauwelijks driehonderd meter verderop haar bescheiden broertje al bijna acht eeuwen stilletjes hetzelfde doet. De Bakenessertoren werd rond 1530 voltooid, maar haar geschiedenis begint al omstreeks 1250 met een houten kapel op de Bakenes, het oudste deel van Haarlem. Wat begon als een eenvoudig bedehuis groeide uit tot het kloppend hart van Oud-Haarlem. Door de eeuwen heen was de Bakenesserkerk parochiekerk, hervormde kerk én zelfs de bekende Kinderkerk, waar generaties kinderen uit de wees- en armenzorg verplicht de kerkdienst bezochten.


