Endymion hier wint uitleg het van aanprijzing

Endymion hier wint uitleg het van aanprijzing

Endymion is geen villa die zich in één oogopslag prijsgeeft. Bij aankomst overheersen rust en symmetrie; het vernuft openbaart zich pas daarna. Het complex werd in 1910 ontworpen door H.Th. Wijdeveld, een architect, die klassieke ordening wist te verbinden met abstractie en maatvoering. Geen decoratie om de decoratie, maar beheerste architectuur waarin elke ingreep functioneel en leesbaar is.

De plattegrond is rechthoekig en rationeel opgezet met lichte uitspringende bouwdelen, die het volume articuleren zonder de hoofdstructuur te doorbreken. De villa telt twee bouwlagen onder een mansardekap met lichte zeeg en karakteristieke koeienogen, gedekt met leien. De gevels zijn uitgevoerd in gepleisterde baksteen, rustend op een uitkragende plint. De vensteropeningen zijn zorgvuldig gepositioneerd en hiërarchisch geordend, waarbij elke gevel zijn eigen functie en rang binnen het geheel behoudt. Dorische zuilen, horizontale geledingen en pilasters met een subtiele entasis verwijzen naar klassieke vormentaal, maar zijn sterk vereenvoudigd en bijna grafisch toegepast. Architectuur die niet verleidt door ornament, maar overtuigt door proportie en samenhang.

Ook de daglichttoetreding is integraal onderdeel van het ontwerp. De vensters liggen verdiept in het gevelvlak, waardoor schaduwwerking en reliëf ontstaan. De bel-etage is helder leesbaar in de opbouw, terwijl de belangrijkste gevel zich bewust naar de tuin richt. Dit is bouwen vanuit compositie en gebruik, niet vanuit effectbejag. Voor de makelaar ligt hier de les besloten: sommige huizen vragen geen superlatieven, maar uitleg. Endymion vraagt geen haast, maar aandacht. Wie de architectuur begrijpt, begrijpt waarom dit geen villa is die zich aanpast, maar één die standhoudt.

 

 

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Op 4 november 1965 doofde bij het Proveniershofje de laatste gaslantaarn van Haarlem. Na ruim 130 jaar koos de stad definitief voor elektrisch licht: efficiënter, betrouwbaarder en vooral moderner. Toch verdween met die laatste vlam meer dan een manier van straatverlichting. Generaties Haarlemmers hadden eronder gewandeld, elkaar ontmoet en hun weg naar huis gevonden. De vlam verdween, de herinneringen bleven.

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

Wie Haarlem bezoekt, kijkt bijna vanzelf omhoog naar de Grote of Sint-Bavokerk. Weinigen beseffen dat nauwelijks driehonderd meter verderop haar bescheiden broertje al bijna acht eeuwen stilletjes hetzelfde doet. De Bakenessertoren werd rond 1530 voltooid, maar haar geschiedenis begint al omstreeks 1250 met een houten kapel op de Bakenes, het oudste deel van Haarlem. Wat begon als een eenvoudig bedehuis groeide uit tot het kloppend hart van Oud-Haarlem. Door de eeuwen heen was de Bakenesserkerk parochiekerk, hervormde kerk én zelfs de bekende Kinderkerk, waar generaties kinderen uit de wees- en armenzorg verplicht de kerkdienst bezochten.

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Soms zie je het pas, wanneer je even achterover leunt

Bij Restaurant Sari in Heemstede gebeurt dat meestal na het eerste biertje, ergens tussen de saté kambing en de daging rendang. De gesprekken worden zachter, het licht warmer én dan ineens valt het oog omhoog. Daar boven de tafels waar al decennia lang verjaardagen worden gevierd, zaken worden beklonken en liefdes worden bezegeld, ontvouwt zich een bijzonder plafond met uit diverse houtsoorten afgebeelde afbeeldingen. Een waaier van lijnen en krullen, bijna als een bloem, die zich langzaam opent. Sommigen zien er een pauwenveer in, anderen een Javaanse bloem óf zelfs een Garuda. Wie langer kijkt ontdekt, dat het plafond bijna lijkt te bewegen.