Endymion hier wint uitleg het van aanprijzing

Endymion hier wint uitleg het van aanprijzing

Endymion is geen villa die zich in één oogopslag prijsgeeft. Bij aankomst overheersen rust en symmetrie; het vernuft openbaart zich pas daarna. Het complex werd in 1910 ontworpen door H.Th. Wijdeveld, een architect, die klassieke ordening wist te verbinden met abstractie en maatvoering. Geen decoratie om de decoratie, maar beheerste architectuur waarin elke ingreep functioneel en leesbaar is.

De plattegrond is rechthoekig en rationeel opgezet met lichte uitspringende bouwdelen, die het volume articuleren zonder de hoofdstructuur te doorbreken. De villa telt twee bouwlagen onder een mansardekap met lichte zeeg en karakteristieke koeienogen, gedekt met leien. De gevels zijn uitgevoerd in gepleisterde baksteen, rustend op een uitkragende plint. De vensteropeningen zijn zorgvuldig gepositioneerd en hiërarchisch geordend, waarbij elke gevel zijn eigen functie en rang binnen het geheel behoudt. Dorische zuilen, horizontale geledingen en pilasters met een subtiele entasis verwijzen naar klassieke vormentaal, maar zijn sterk vereenvoudigd en bijna grafisch toegepast. Architectuur die niet verleidt door ornament, maar overtuigt door proportie en samenhang.

Ook de daglichttoetreding is integraal onderdeel van het ontwerp. De vensters liggen verdiept in het gevelvlak, waardoor schaduwwerking en reliëf ontstaan. De bel-etage is helder leesbaar in de opbouw, terwijl de belangrijkste gevel zich bewust naar de tuin richt. Dit is bouwen vanuit compositie en gebruik, niet vanuit effectbejag. Voor de makelaar ligt hier de les besloten: sommige huizen vragen geen superlatieven, maar uitleg. Endymion vraagt geen haast, maar aandacht. Wie de architectuur begrijpt, begrijpt waarom dit geen villa is die zich aanpast, maar één die standhoudt.

 

 

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Een plek om de stad te ontvluchten: Leyduin

Sommige landgoederen lijken ouder dan ze zijn, andere blijken ouder dan we denken. Leyduin hoort bij die laatste categorie. De eerste vermelding gaat terug tot 1596, toen hier nog slechts een eenvoudige hofstede lag aan de rand van duin en veen. Wat daarna volgde was geen strak plan van één architect, maar een verhaal van opeenvolgende eigenaren die ieder hun eigen laag toevoegden. Soms bescheiden, soms ambitieus, maar altijd voortbouwend op wat er al lag.

Je moet ergens beginnen

Je moet ergens beginnen

Voordat een mens huizen leert waarderen, leert hij eerst kijken. Voor mij begon dat aan de Schreveliusstraat in Haarlem in de Rijksleerschool, die rond 1915 werd gebouwd als oefenschool bij de Rijkskweekschool aan de Leidsevaart. Ontworpen door de architecten J.F. Hamersveld en S. Roog, die duidelijk begrepen dat schoolkinderen niet zachtzinnig met een gebouw omgaan. Hardstenen trappenhuis en granito gangen die bestand moesten zijn tegen dagelijks gestamp, geravot en een enkele overenthousiaste gymtas.

Dit is pas vak werk

Dit is pas vak werk

Wie door het stadsdeel Petite France wandelt, dat tegenwoordig samen met de Grande Île een UNESCO-werelderfgoed in Strasbourg is, bemerkt meteen waar het woord vakwerk vandaan komt. Hier is het geen stijl, maar een ambacht. Houten balken, zichtbaar in het gevelvlak, vormen het skelet van het huis. Daartussen vakken van leem, kalk of baksteen. Wat ooit begon als een praktische bouwmethode (hout was overvloedig, steen schaars) groeide uit tot een herkenbare architectuur die hele straten karakter gaf.