De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

De Bakenessertoren – het kleine broertje met een groot verhaal

Wie Haarlem bezoekt, kijkt bijna vanzelf omhoog naar de Grote of Sint-Bavokerk. Weinigen beseffen dat nauwelijks driehonderd meter verderop haar bescheiden broertje al bijna acht eeuwen stilletjes hetzelfde doet. De Bakenessertoren werd rond 1530 voltooid, maar haar geschiedenis begint al omstreeks 1250 met een houten kapel op de Bakenes, het oudste deel van Haarlem. Wat begon als een eenvoudig bedehuis groeide uit tot het kloppend hart van Oud-Haarlem. Door de eeuwen heen was de Bakenesserkerk parochiekerk, hervormde kerk én zelfs de bekende Kinderkerk, waar generaties kinderen uit de wees- en armenzorg verplicht de kerkdienst bezochten.

Tegenwoordig biedt de kerk onderdak aan het Bureau Archeologie en culturele activiteiten. Boven de entree prijkt sinds 1639 een Latijnse spreuk met een verrassend actuele boodschap: “Waarom zouden zij die een oude kerk vernieuwen niet dezelfde lof verdienen als zij die een nieuwe bouwen?” Opmerkelijk is ook wat zich hoog boven diezelfde ingang bevindt. Tot in de negentiende eeuw hing hier een beroemd Hemony-carillon, dat de stad uit geldgebrek verkocht aan een opkoper, zonder te beseffen welke cultuurhistorische schat verloren ging. De klokken die tegenwoordig de Bakenessertoren laten klinken, waren ooit onderdeel van het carillon van de Grote of Sint-Bavokerk en behoren nog altijd tot de fraaiste Hemony-klokkenreeksen van Nederland.

Wie de toren onlangs uit de steigers zag verschijnen, begrijpt de Latijnse spreuk als geen ander. Tijdens de restauratie van 2024-2025 werden metselwerk, natuursteen en voegwerk zorgvuldig hersteld en kreeg de spits haar oorspronkelijke loodgrijze kleur terug. Iedere vrijdagmorgen laat de stadsbeiaardier het carillon opnieuw boven de Haarlemse binnenstad klinken. Alsof de toren zijn eigen geschiedenis vertelt. Blijkbaar wisten de bouwmeesters in 1639 al wat goede restaurateurs én goede makelaars nog steeds weten: echte schoonheid ontstaat niet door iets toe te voegen, maar door zichtbaar te maken wat er altijd al was.

Met dank aan stadsbeiaardier Rien Donkersloot voor zijn waardevolle aanvulling op de geschiedenis van het carillon.

 

Gerelateerde Nieuwsberichten

Montmartre – Parijs zit soms gewoon onder je voeten

Montmartre – Parijs zit soms gewoon onder je voeten

Wie Montmartre zegt, denkt aan Place du Tertre, schilders, terrasjes en natuurlijk de Sacré-Cœur. Maar onder al die Parijse romantiek schuilt een minder bekend verhaal. Eeuwenlang werd in de heuvel van Montmartre op grote schaal gips gewonnen. Het gesteente werd uitgehakt, gebrand en fijngemalen tot het witte bouwmateriaal dat zo beroemd werd dat de Engelsen het uiteindelijk simpelweg Plaster of Paris noemden. Parijs als merknaam voor… een zak gips. Je moet er maar op komen.

Rood, strijd en een Haarlemse legende

Rood, strijd en een Haarlemse legende

De rode vlag van Haarlem met haar vier andreaskruisen wappert fier boven de stad. Rood associëren we met strijd en revolutie; volgens de Haarlemse overlevering verwijzen zwaard en kruisen zelfs naar heldendaden tijdens de kruistochten.

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Toen de laatste gaslantaarn van Haarlem doofde

Op 4 november 1965 doofde bij het Proveniershofje de laatste gaslantaarn van Haarlem. Na ruim 130 jaar koos de stad definitief voor elektrisch licht: efficiënter, betrouwbaarder en vooral moderner. Toch verdween met die laatste vlam meer dan een manier van straatverlichting. Generaties Haarlemmers hadden eronder gewandeld, elkaar ontmoet en hun weg naar huis gevonden. De vlam verdween, de herinneringen bleven.